Ja, ik ga akkoord Nee, ik ga niet akkoord X

Grondslagen voor de jaarrekening

Algemeen

ProRail is een publieke dienstverlener in spoormobiliteit die 24/7 zorgt voor een beschikbaar, betrouwbaar en veilig spoor voor klanten. Hiermee wil ProRail een belangrijke bijdrage leveren aan het non-stop in beweging en bereikbaar houden van Nederland.

Structuur van de onderneming

De juridische structuur van ProRail B.V. is een niet-beursgenoteerde vennootschap. Het bestuur van de vennootschap wordt gevormd door drie statutair directeuren. De raad van commissarissen houdt toezicht. We vermijden transacties met tegenstrijdige belangen van bestuurders of commissarissen. In 2012 waren er geen tegenstrijdige belangen.

Aandeelhouder

De Nederlandse Staat is, via Railinfratrust B.V., de enige aandeelhouder van ProRail B.V. Het aandeelhouderschap is ondergebracht bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu. De statuten zijn van toepassing op de relatie met de algemene vergadering van aandeelhouders.

Railinfratrust B.V. te Utrecht consolideert de financiële gegevens van ProRail B.V. in haar geconsolideerde jaarrekening.

Grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de uitspraken van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, uitgegeven door de Raad voor de Jaarverslaggeving. De hierna uiteengezette grondslagen voor de financiële verslaggeving zijn consistent toegepast voor de gepresenteerde perioden in deze jaarrekening. Alle bedragen in de jaarrekening staan vermeld in miljoenen euro’s (EUR), tenzij anders vermeld.

Presentatie

ProRail is de enige spoorweginfrabeheerder in Nederland en voert deze taken uit op basis van een beheerconsessie verleend door het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Voor het inzicht wordt daarom afgeweken van de standaard indeling en model. De opstelling van de verloopstaat materiële vaste activa wijkt af van de standaardindeling (artikel 366 lid 1 Titel 9 BW 2) teneinde een beter inzicht te geven en beter aan te sluiten bij de aard van het bedrijf conform artikel 362 lid 4 en artikel 363 lid 4 Titel 9 BW 2. Hiertoe is de onderverdeling van de verloopstaat materiële vaste activa uitgebreid. Daarnaast sluit de indeling beter aan bij de gehanteerde benamingen in de communicatie tussen ProRail en de Rijksoverheid.

Schattingen en onzekerheden

Bij het opstellen van de jaarrekening vormt de leiding van ProRail zich diverse oordelen en schattingen die invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van de balans en winst-en-verliesrekening. De schattingen en hiermee verbonden veronderstellingen zijn gebaseerd op ervaringen uit het verleden en verschillende andere factoren die gegeven de omstandigheden als redelijk worden beschouwd. De uitkomsten hiervan vormen de basis voor het oordeel over de boekwaarde van de balans die niet op eenvoudige wijze uit andere bronnen blijkt. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen.

Schattingswijzigingen worden verwerkt in de periode waarin de schatting wordt herzien, indien de herziening alleen voor die periode gevolgen heeft, of in de periode van de herziening en toekomstige perioden, indien de herziening gevolgen heeft voor zowel de huidige als toekomstige perioden. De schattingen hebben met name betrekking op:

  • levensduren van materiële vaste activa,
  • bijzondere waardeverminderingen van vaste activa
  • omvang van voorzieningen.

Ondanks de beste inschattingen van levensduren kan er sprake kan zijn van versnelde afschrijvingen, buiten afschrijving geraakt activa en boekverliezen doordat desinvesteringsbeslissingen vaak tot stand komen door overwegingen die verder gaan dan de economische levensduur van een individueel actief.

Bijzondere transacties

In het jaar 2012 hebben een drietal transacties plaatsgevonden die hieronder extra belicht worden ten behoeve van balans en kasstroomoverzicht.

Maasvlakte II
Het Havenbedrijf Rotterdam heeft 12 km nieuw spoor aangelegd om de Euromax Terminal te verbinden met de havenspoorlijn. Deze verbinding is nodig omdat de oude verbinding opgebroken moest worden voor de nieuwe Yangtzehaven en Prinses Arianehaven. De 12 kilometer spoor zijn aangelegd door en voor rekening en risico van het Havenbedrijf Rotterdam. Op 28 oktober 2012 is de nieuwe spoorlijn in dienst genomen en is deze formeel door het Havenbedrijf Rotterdam aan ProRail overgedragen.
Omdat de spoorlijn door en voor rekening en risico van het Havenbedrijf Rotterdam gebouwd is er afgesproken dat het Havenbedrijf Rotterdam de spoorlijn voor een bedrag van EUR 0,1 miljoen overdraagt aan ProRail omdat deze conform de spoorwegwet de hoofdspoorweg infrastructuur beheert. Per 28 oktober 2012 heeft ProRail de Maasvlakte II in lijn met de bouwkosten van het Havenbedrijf Rotterdam voor een bedrag van EUR 35 miljoen opgenomen in de balans onder materiële vaste activa (zie 1 Materiele vaste activa) en de Investeringsbijdrage.

Overdracht Reisinformatie
Per 1 november 2012 heeft ProRail het onderdeel Reisinformatie (personeel en activa) overgedragen aan de Nederlandse Spoorwegen. Hiermee is een inkomende kasstroom van circa EUR 5 miljoen gemoeid. Het beheer van reisinformatiesystemen en de reisinformatiesystemen zelf blijven onderdeel van processen binnen ProRail.
Aanleiding voor de overdracht is de toezegging van de Minister van Infrastructuur en Milieu aan de Tweede Kamer in 2011 om de informatievoorziening aan reizigers op het spoor in n hand te brengen. Met de overdracht is EUR 42 miljoen aan materiële vaste activa (systeem Infoplus) overgedragen. Daarnaast zijn ook de bij Reisinformatie verbonden opbrengstcontracten, personeel, huisvesting en beheer overgedragen.

Opheffing FENS
ProRail beheerde de toevertrouwde geldmiddelen overeenkomstig de Raamovereenkomst met de NS Groep N.V. (FENS). Op 20 december 2000 hebben NS Groep N.V. en de juridische voorganger van ProRail (Railinfrabeheer B.V.) een raamovereenkomst gesloten. NS heeft een eenmalige financiële bijdrage ad EUR 1.338 miljoen aan Railinfrabeheer B.V. overgemaakt. ProRail heeft deze bijdrage gebruikt voor de beheerste toegang van de stations, de ontwikkeling van de OV-chipcard, de verbetering van de kwaliteit van de railinfrastructuur en de informatievoorziening op de stations.
Het FENS programma is in 2012 administratief beindigd. De niet bestede middelen (zie toelichting Financiële vaste activa), in totaal EUR 296 miljoen, zijn voor een bedrag van EUR 273 miljoen overgedragen aan NS. De aan ProRail ter beschikking gestelde middelen ad. EUR 23 miljoen zijn als onderdeel van het lopende FENS programma gebonden aan de financiering van specifieke projecten. Deze middelen zijn opgenomen onder de Overlopende passiva (kortlopend) als geoormerkte projecten. De overdracht van EUR 273 miljoen aan NS is niet zichtbaar in het kasstroomoverzicht, aangezien deze FENS gelden niet onder het liquide middelen begrip in de jaarrekening zijn opgenomen.

Stelselwijzigingen

In 2012 zijn geen stelselwijzigingen doorgevoerd.

Wet Openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde Topinkomens

Beloningen in het kader van de WOPT zijn, indien van toepassing, opgenomen in de toelichting.

Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en voor de resultaatbepaling

Activa

Materiële vaste activa

Waardering
Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen actuele waarde, ingevuld door de vervangingswaarde onder aftrek van de over deze waarde op lineaire basis berekende afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. Terreinen in de categorie Dragen, geleiden en doorsnijden en activa in de categorie Werken in constructie worden gewaardeerd tegen de aanschafwaarde onder aftrek van bijzondere waardeverminderingen.

De aanschafwaarde bestaat uit: investeringsuitgaven die verband houden met het verkrijgen of vervaardigen van het activum, inclusief de kosten van de door eigen personeel verrichte werkzaamheden (geactiveerde productie eigen bedrijf). In de aanschafwaarde wordt geen rente over investeringen tijdens de bouw begrepen. Indien de kosten van groot onderhoud aan materiële vaste activa niet voldoen aan activeringscriteria, worden deze direct ten laste gebracht van de winst- en verliesrekening.

De vervangingswaarde van de materiële vaste activa wordt bepaald door de aanschafwaarde jaarlijks te indexeren op basis van CBS-gegevens. Indien is besloten de activa te verkopen, te slopen of over te dragen, is de actuele waarde gelijk aan de verwachte (directe) opbrengstwaarde.

Ontvangen bijdragen van de Rijksoverheid en derden ten behoeve van de financiering van materiële vaste activa worden als overlopend passief verantwoord. Financiering vindt plaats tegen aanschafwaarde.

Afschrijvingen
De afschrijvingen worden lineair berekend en zijn gebaseerd op de verwachte gebruiksduur per onderscheidend component, rekening houdend met een eventuele restwaarde. Indien de verwachting omtrent de afschrijvingsmethode, gebruiksduur en/of restwaarde in de loop van de tijd wijzigen, worden deze als een schattingswijziging verantwoord.

De afschrijvingen op basis van vervangingswaarde worden ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht als afschrijvingskosten. De ontvangen investeringsvergoeding van de Rijksoverheid is gebaseerd op de aanschafwaarde en wordt als jaaramortisatie verwerkt in de winst- en verliesrekening naar voortgang van de afschrijving van de activa waarop de vergoeding betrekking heeft. Het verschil tussen de afschrijvingen op basis van vervangingswaarde en de afschrijvingen op basis van de historische uitgaafprijs wordt onttrokken aan de herwaarderingsreserve ten gunste van de winst- en verliesrekening.

De afschrijvingstermijnen in jaren zijn als volgt:

 OndergrensBovengrens
Dragen, geleiden en doorsnijden30100
Energie4080
Transfer5100
Beheersen en communicatie430
Beveiligen2050

Op Terreinen wordt niet afgeschreven

Bijzondere waardevermindering
Jaarlijks wordt onderzocht of er sprake is van een bijzondere waardevermindering van de materiële vaste activa. Indien deze indicatie aanwezig is, dan wordt de verwachte realiseerbare waarde van het actief bepaald. Indien deze waarde lager is dan de huidige boekwaarde, dan wordt het verschil ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht voor zover de gevormde herwaarderingsreserve voor dit actief niet toereikend is. De aard van de activa leidt ertoe dat de realiseerbare waarde veelal niet per actief kan worden bepaald. In deze gevallen wordt de realiseerbare waarde afgeleid van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort.

Indien een bijzondere waardevermindering heeft plaatsgevonden, wordt jaarlijks nagegaan of er aanwijzingen bestaan of deze waardevermindering ten aanzien van de materiële vaste activa niet meer bestaat of is verminderd en derhalve moet worden teruggenomen. De verhoging mag niet verder gaan dan tot het bedrag van de boekwaarde van het actief dat op dat moment zou hebben gegolden, indien het verlies als gevolg van bijzondere waardevermindering niet zou zijn verantwoord. De verhoging van de boekwaarde (een terugneming van een bijzonder waardeverminderingverlies) wordt onmiddellijk verantwoord als bate in de winst- en verliesrekening tot de oorspronkelijke aanschafwaarde. Indien de verhoging de aanschafwaarde te boven gaat, zal dit deel ten gunste van een herwaarderingsreserve worden gebracht.

Financiele vaste activa

Deelnemingen
Deelnemingen worden tegen de zichtbaar eigen vermogen methode gewaardeerd. Overeenkomstig deze methode, worden de deelnemingen in de balans opgenomen tegen het aandeel van ProRail in het zichtbare eigen vermogen rekening houdend met haar aandeel in de resultaten van de deelnemingen van het moment van verwerving, bepaald volgens de grondslagen zoals vermeld in de jaarrekening van de deelneming. In de winst- en verliesrekening wordt het aandeel in het resultaat van de deelnemingen opgenomen. Indien en voor zover de vennootschap niet zonder beperking uitkering van de positieve resultaten kan bewerkstelligen, worden de resultaten in een wettelijke reserve opgenomen.

Overige financiële activa
Bij de eerste verwerking van financiële activa worden deze opgenomen tegen reële waarde vermeerderd met de direct daaraan toe te rekenen transactiekosten. Dit is niet van toepassing op de financiële activa welke in de winst- en verliesrekening tegen reële waarde met waardeveranderingen zijn verwerkt. Alle aan- en verkopen volgens standaard marktconventies van financiële activa worden opgenomen per de transactiedatum, dat wil zeggen de datum waarop ProRail de bindende overeenkomst aangaat.

De vorderingen worden opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs (nominale waarde onder aftrek van een waardecorrectie voor mogelijke oninbaarheid).

Passiva

Classificatie eigen vermogen en vreemd vermogen
Een financieel instrument wordt in de jaarrekening als vreemd vermogen of als eigen vermogen geclassificeerd overeenkomstig de juridische realiteit van de contractuele overeenkomst waaruit het financieel instrument voortvloeit. Om die reden is de egalisatiereserve als vreemd vermogen aangemerkt.

Voorzieningen
Voorzieningen worden opgenomen voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen van een onzekere omvang of met een onzeker tijdstip als gevolg van gebeurtenissen in het verleden. De omvang van de voorziening wordt bepaald door de beste schatting per balansdatum van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichtingen en verliezen af te wikkelen. De voorziening omgevingswerken en de voorziening jubileumuitkering worden opgenomen tegen contante waarde, de overige voorzieningen worden opgenomen tegen nominale waarde. De voorziening omgevingswerken heeft betrekking op de te verwachten verplichtingen voor onderhoud en vernieuwing van door derden betaalde werken.

Langlopende schulden
Bij de eerste opname van financiële verplichtingen worden deze opgenomen tegen reële waarde verminderd met (in geval van een financiële verplichting die niet tegen reële waarde, met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening, is opgenomen) de direct daaraan toe te rekenen transactiekosten. De verplichtingen worden na de eerste waardering gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve-rentemethode. Resultaten worden in de winst-en verliesrekening opgenomen zodra de verplichtingen niet langer op de balans worden opgenomen, alsmede via het amortisatieproces.

Pensioenen
De aan de pensioenuitvoerder te betalen premie wordt als last in de winst- en verliesrekening verantwoord. Te betalen premie dan wel de vooruitbetaalde premie per jaareinde wordt als overlopend passief respectievelijk overlopend actief verantwoord.
Voor verplichtingen naast de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie wordt een voorziening opgenomen, indien per balansdatum sprake is van een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting aan de pensioenuitvoerder en/of werknemer, het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen noodzakelijk is, en er een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van de omvang van de verplichting. De voorziening voor additionele verplichtingen aan de pensioenuitvoerder en/of werknemer, wordt gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorziening wordt gewaardeerd tegen de contante waarde als het effect van de tijdswaarde van geld materieel is (waarbij de disconteringsvoet vóór belastingen de actuele marktrente weergeeft).

Investeringsbijdrage
Ontvangen bijdragen van de Rijksoverheid en derden ten behoeve van de financiering van materiële vaste activa worden als overlopend passief verantwoord. Financiering vindt plaats tegen aanschafwaarde.

Egalisatiereserve
De egalisatiereserve is het saldo van de historische resultaten uit gewone bedrijfsuitoefening en door de Rijksoverheid ingehouden taakstellingen bij het verlenen van de subsidiebeschikkingen. Dit saldo wordt verantwoord als overlopend passief omdat de Rijksoverheid deze beschouwt als direct opvraagbare c.q. verschuldigde subsidiebedragen.

Resultaatbepaling

Opbrengsten
Algemeen
Onder de bedrijfsopbrengsten (netto-omzet) wordt verstaan de subsidies uit hoofde van bestedingen, amortisatie van investeringsbijdragen en opbrengsten uit levering van diensten.

Bijdragen
Onder Bijdragen Rijksoverheid worden de van de Rijksoverheid verkregen middelen voor capaciteitsmanagement, verkeersleiding, onderhoud en kapitaallasten van het landelijke railnet verantwoord. De exploitatiesubsidie wordt opgenomen op het moment dat aan alle voorwaarden is voldaan. Dit houdt in dat exploitatiesubsidie ten gunste de winst en verliesrekening komt in het jaar waarin de ermee samenhangende bestedingen worden verwerkt.

De van de Rijksoverheid ontvangen vergoedingen voor aanleg van vaste activa en vervanging van de bovenbouw worden op de Bijdragen in mindering gebracht en gepresenteerd als Investeringsbijdragen in de Overlopende passiva. Naar rato van afschrijving op de activa, wordt de post Investeringsbijdragen geamortiseerd. De amortisatie wordt gepresenteerd als Amortisatie investeringsbijdragen in de winst- en verliesrekening.

De van spoorwegondernemingen geïnde vergoedingen voor gebruik van het landelijk railnet worden onder Gebruiksvergoeding verantwoord.

Diverse bedrijfsopbrengsten
Onder Geactiveerde productie eigen bedrijf zijn opgenomen de door het eigen personeel verrichte werkzaamheden, welke betrekking hebben op de vervaardiging van materiële vaste activa (investering), zoals voorbereiding en toezicht.

Onder Overige bedrijfsopbrengsten zijn met name opbrengsten van de voor derden uitgevoerde werkzaamheden opgenomen.

Kosten
De kosten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor reeds vermelde grondslagen voor waardering en worden toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben. (Voorzienbare) verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het boekjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden en overigens wordt voldaan aan de voorwaarden voor het opnemen van voorzieningen.

Belastingen
ProRail B.V. maakt samen met Railinfratrust B.V. deel uit van een fiscale eenheid voor de heffing van vennootschapsbelasting en tevens van een fiscale eenheid voor de heffing van omzetbelasting. Beide vennootschappen zijn volgens de standaardvoorwaarden hoofdelijk aansprakelijk voor de te betalen belasting van alle bij de fiscale eenheid betrokken vennootschappen. De verrekening van de belastingen binnen deze eenheid vindt plaats alsof elke maatschappij zelfstandig belastingplichtig is.


Grondslagen voor het kasstroomoverzicht

Presentatie
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode, waarbij onderscheid is gemaakt tussen de kasstromen uit operationele, investerings- en financieringsactiviteiten.

Liquide middelen
Onder de liquide middelen zijn opgenomen de bedragen op bankrekeningen van ProRail die ter beschikking staan aan de bedrijfsactiviteiten van ProRail.

Interest
De interest ontvangsten en uitgaven zijn niet apart vermeld op het kasstroomoverzicht en gerubriceerd onder het resultaat uit bedrijfsuitoefening.

Investeringsbijdragen
De investeringsbijdragen bevatten de ontvangen bijdragen van overheden voor de realisatie van in gebruikgenomen bouwprojecten.

Dividend
Dividenduitkeringen worden vermeld onder de kasstromen uit financieringsactiviteiten.


Financieel risicomanagement

Algemeen
De in deze toelichting opgenomen gegevens verschaffen informatie die behulpzaam is bij het schatten van de omvang van risico’s die verbonden zijn aan zowel de in de balans opgenomen als de niet in de balans opgenomen financiële instrumenten. Het betreft hier elke overeenkomst die leidt tot een financieel actief bij n partij en een financiële verplichting of eigen- vermogensinstrument bij een andere partij. Hieronder vallen traditionele financiële instrumenten, zoals vorderingen, schulden en effecten.
ProRail heeft geen afgeleide financiële instrumenten (derivaten).

De primaire financiële instrumenten van ProRail dienen ter financiering van de operationele activiteiten van ProRail of vloeien direct uit deze activiteiten voort. Het beleid van ProRail is om niet te handelen in financiële instrumenten.

De belangrijkste risico’s uit hoofde van de financiële instrumenten van ProRail zijn het rente-, het krediet- en het liquiditeitsrisico.

Het beleid van ProRail om deze risico’s te beperken, luidt als volgt:

Renterisico
De langlopende vorderingen en leningen van ProRail hebben een vast rentepercentage waardoor ProRail een aanvaardbaar risico loopt dat de waarde van de vorderingen en leningen zal dalen respectievelijk stijgen als gevolg van veranderingen in de marktrente.
Het aflossingsschema en de opbouw van de van toepassing zijnde rentepercentages zijn opgenomen bij de toelichting op de langlopende schulden.

Kredietrisico
ProRail handelt enkel met kredietwaardige partijen en heeft procedures opgesteld om de kredietwaardigheid te bepalen. Er zijn richtlijnen opgesteld om de omvang van het kredietrisico bij elke partij te beperken. Bovendien bewaakt ProRail voortdurend haar vorderingen en hanteert ProRail een strikte aanmaningsprocedure. Door de bovenstaande maatregelen is het kredietrisico voor ProRail minimaal. Verder zijn er geen belangrijke concentraties van kredietrisico binnen ProRail.

De kortlopende vorderingen kunnen ingedeeld worden in de volgende categorieën:
Vorderingen op de Rijksoverheid: EUR 0 miljoen
Vorderingen op andere overheden: EUR 48 miljoen
Vorderingen op de Belastingdienst: EUR 25 miljoen
Vorderingen op andere partijen: EUR 98 miljoen

Reële waarde
Onder de reële waarde wordt verstaan: het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een verplichting kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en onafhankelijk van elkaar zijn (in het Besluit actuele waarde 'marktwaarde' genoemd).

De boekwaarde van de liquide middelen benadert de reële waarde vanwege de korte looptijd van de gehouden instrumenten.
De kortlopende schulden bestaan hoofdzakelijk uit schulden aan leveranciers en de Rijksoverheid. De reële waarde van de kortlopende schulden is nagenoeg gelijk aan de marktwaarde als gevolg van de korte looptijden van de betreffende instrumenten.

Per 31 december 2012 zijn er geen concrete plannen voor vervroegde aflossing op langlopende schulden.