Ja, ik ga akkoord Nee, ik ga niet akkoord X

Verhelpen en voorkomen

Als er een grote verstoring optreedt, dan gaan we bijsturen, met als eerste doel de treindienst zo gecontroleerd mogelijk weer op te starten. We kiezen bewust voor een gefaseerde en beheerste opstart van de treindienst om olievlekwerking te voorkomen. Dat betekent dat we bij een incident minder treinpaden kunnen leveren en na het incident juist sneller meer treinpaden kunnen leveren. Met deze strategie wordt het uiteindelijke doel, het herstellen van de dienstregeling, dus toch eerder bereikt.

Landelijke uitwijkpost

De treinenloop wordt bestuurd en bijgestuurd vanuit de 13 verkeersleidingsposten. Dat is een cruciale functie. Wanneer in een geval van een calamiteit een verkeersleidingspost moet worden ontruimd, wordt het treinverkeer in het bedieningsgebied van de verkeersleidingspost stilgelegd. De veiligheid op het spoor kan dan immers niet meer worden gegarandeerd. Wanneer wordt ingeschat dat de calamiteit te lang duurt, zoals bijvoorbeeld bij een brand, wordt besloten de uitwijklocatie in Utrecht te activeren. De treindienstleiders reizen dan zo snel mogelijk naar de uitwijklocatie.

Om het treinverkeer te mogen leiden, is locatiespecifieke kennis nodig. Treindienstleiders uit andere gebieden kunnen dus niet worden ingezet. Ook moeten de computersystemen worden omgezet. Het opstarten van het treinverkeer in het desbetreffende bedieningsgebied kan hierna beginnen. Als bij de calamiteit ook de beveiligingsinstallaties worden getroffen, is uitwijk niet mogelijk. Met specifieke maatregelen kan dan een beperkte treindienst worden gerealiseerd.

Het is belangrijk om het uitwijken van de verkeersleiding te oefenen. In 2012 is geoefend door de verkeersleidingsposten Arnhem, Rotterdam en Roosendaal. De geleerde lessen zijn in de processen en procedures verwerkt.

Voorkomen is beter dan genezen

Verstoringen willen we voorkomen. Daarom is bewaking van de kwaliteit van het spoor noodzakelijk. Dankzij de automatisering van steeds meer controles en metingen hebben we 24 uur per dag de beschikking over gedetailleerde gegevens.

Zo maakt een onlangs ingevoerd wisselinspectievoertuig de visuele inspectie van wissels nagenoeg overbodig. Monitoringsystemen controleren op afstand de juiste werking van de wissels, en meetsystemen op de treinen zelf meten de ligging van de rails tot op de millimeter. Minder handmatig meten betekent bovendien dat er minder mensen het spoor op hoeven. Dit leidt tot meer beschikbaarheid en veiligheid en minder verstoringen en ongevallen. We zorgen ervoor dat de hele spoorsector over deze monitoringsgegevens kan beschikken, zodat we gezamenlijk verder kunnen werken aan een veilig en betrouwbaar spoor.

Monitoring alleen is niet voldoende. We realiseren ons dat wissels nog steeds tot de kwetsbaarste onderdelen van de spoorinfrastructuur behoren. Daarom hebben we een programma opgezet waarin we werken aan de verbetering van wissels. Door toepassing van innovaties en nauwe samenwerking met diverse experts als aannemers, leveranciers en ingenieursbureaus krijgen we veel kennis. In 2013 zullen we deze kennis actief toepassen in de manier waarop we de wissels kopen en onderhouden.