Ja, ik ga akkoord Nee, ik ga niet akkoord X

Veilig reizen

Het spoor kan veiliger zijn, voor de reizigers en voor de medewerkers op de trein. Dit einddoel - een spoor zonder vermijdbare ongevallen, botsingen of ontsporingen - hebben we in 2012 nog niet bereikt. Er was één ontsporing (2011: 3) en er vond één botsing (2011: 4) tussen treinen plaats. Hierbij viel een dodelijk slachtoffer. We hebben maatregelen genomen en in gang gezet om de kans op herhaling zo klein mogelijk te maken.

Werken aan veiligheid

Statistisch gezien is in Nederland het reizen per trein met afstand het meest veilige vervoermiddel, met 0,2 dodelijke slachtoffers per miljard reizigerskilometers (vliegtuig 0,4, auto 8, fiets 63, lopen 75). Alleen al het wegverkeer kende in 2012 meer dan 20.000 verkeersgewonden. Toch geldt ook voor het spoor: elk ongeval is er één te veel. We willen immers dat iedereen veilig thuis komt en dat treinreizigers een veilige treinreis als vanzelfsprekend ervaren.

Daarom wil ProRail met het Meerjarenplan Veiligheid het aantal spoorongevallen terugbrengen. Daarom moet onder andere het aantal treinen dat door een rood sein rijdt, in 2015 zijn teruggebracht tot minder dan 100.

Botsingen

In Amsterdam vond in april een zeer ernstige treinbotsing plaats, met een dodelijk slachtoffer tot gevolg. Daarnaast waren er 190 gewonden van wie 24 ernstig. Naast dit ongeval waren er 5 botsingen op centraal bediend gebied en 12 botsingen op niet-centraal bediend gebied[1]. Hierbij vielen geen doden of gewonden en was de schade kleiner dan EUR 150.000.

  • Aantal botsingen trein - trein
    2012

     25.0%

    1
    2011

     100.0%

    4
    2010

     75.0%

    3

Aanrijding bij Amsterdam Centraal
Aanrijding bij Amsterdam Centraal

Een zwarte dag voor het spoor

Op 21 april 2012 botste een intercity bij de Singelgrachtbrug ter hoogte van het Amsterdamse Westerpark, frontaal op een sprinter die op hetzelfde spoor uit de tegengestelde richting kwam aanrijden. Er viel één dodelijk slachtoffer te betreuren en 190 gewonden, waarvan 24 ernstig, onder wie de machinist van de sprinter.

Het ongeval is door de Onderzoeksraad Voor Veiligheid en de Inspectie Leefomgeving en Transport onderzocht. ProRail en NS hebben zelf ook onderzoek gedaan. Uit deze onderzoeken blijkt dat het ongeval veroorzaakt werd door een keten van gebeurtenissen.

Maatregelenpakket

Direct na het ongeval van 21 april hebben NS en ProRail extra maatregelen genomen om kans op herhaling van een dergelijk ongeval bij werkzaamheden te voorkomen. Hieronder een overzicht van de belangrijkste maatregelen.

Planning

  • Bij werkzaamheden wordt in de dienstregeling meer tijd gereserveerd voor het laten kruisen en passeren van treinen. Daardoor is de kans kleiner dat een machinist ongepland voor een rood sein komt.

  • Stops die nodig zijn bij werkzaamheden, worden alleen gerealiseerd op plekken die voor de machinist logisch zijn, bijvoorbeeld stations en wachtsporen.

  • Voor planners wordt een extra training ingelast.

  • Het computersysteem Donna, dat in 2012 voor een groter deel van de planning in gebruik is genomen, herkent mogelijk gevaarlijke situaties in de planning.

Waarschuwingssystemen

  • De ambitie is ervoor te zorgen dat machinisten minder rode seinen tegenkomen en in samenwerking met NS wordt een extra waarschuwingssysteem ingevoerd, voor machinisten als ze (te snel) op een rood sein afrijden. Dit systeem beproeven we in 2013.

  • ProRail test in 2013 een nieuw alarmeringssysteem voor treindienstleiders, zodat zij machinisten kunnen waarschuwen als een trein door een rood sein rijdt en er botsgevaar dreigt.

Veiligheidsvangnet

  • De verbeterde versie van automatische treinbeveiliging (ATB-Vv) verkleint de kans dat als een trein een roodsein passeert en vervolgens het gevaarpunt wordt bereikt, waardoor een botsing kan ontstaan. Daarom gaan we extra investeren in de ATB-Vv, zodat treinen ook bij lagere snelheden (< 40 km) worden stilgezet wanneer ze een rood sein passeren. Hiervoor heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu geld beschikbaar gesteld.

  • Vanaf 2016 gaan we als spoorsector het nieuwe Europese beveiligingssysteem ERTMS stapsgewijs invoeren (besluit kabinet-Rutte II).

 

Rijden door rood sein

  • Aantal STS passages
    2012

     89.6%

    155
    2011

     89.0%

    154
    2010

     100.0%

    172

Het negeren van een roodseinpassage behoort tot de toprisico's van het spoor. Het uitrusten van seinen met een verbeterde versie van automatische treinbeveiliging (ATB-Vv) is een belangrijk instrument om gevolgen na een roodseinpassage te beperken. Begin 2012 besloten we het aanbrengen van ATB-Vv bij seinen te versnellen. In 2012 hebben we het aantal uitgebreid van 1.270 tot bijna 1.700 seinen. De komende jaren komen daar nog eens circa 500 tot 800 seinen bij. Een verdubbeling in 2 jaar tijd. Wij bereiden verder een voorstel voor om ook dit aantal nog stevig uit te breiden.

Ontsporingen

Er is in 2012 één reizigerstrein ontspoord[2]. Dit betrof een ontsporing van een trein op emplacement Groningen. In totaal waren er 3 ontsporingen in centraal bediend gebied en 19 ontsporingen in niet-centraal bediend gebied[3].

  • Aantal ontsporingen
    2012

     33.3%

    1
    2011

     100.0%

    3
    2010

     66.7%

    2

Treinen kunnen ontsporen door gebreken aan het spoor of aan de trein. Daarom hebben we in 2012 verdere maatregelen genomen: bijvoorbeeld beter onderhoud van de lasnaden van sporen, en maatregelen om te voorkomen dat treinassen worden overbelast.

Veiligheidscommunicatie

De Europese regelgeving verplicht ons vanaf 1 januari 2013 een aantal wijzigingen toe te passen in de veiligheidscommunicatie tussen de treindienstleider en de machinist. ProRail heeft dit wijzigingsmoment mede aangegrepen om de veiligheidscommunicatie op een hoger niveau te brengen. In 2012 is door ProRail een veiligheidscommunicatiecampagne opgezet waarbij de branche is meegenomen.

Meer maatregelen voor grotere veiligheid

Naast het maatregelenpakket nemen we extra maatregelen om het spoor veiliger te maken.

  • Speciale beveiligingsmaatregelen om botsingen op grote en risicovolle (kop)stations te voorkomen. In 2012 voerden we ATB-Vv in bij 40 kopsporen, op 20 stations. In 2013 worden de resterende 15-20 kopsporen op 8 stations omgebouwd. Daarnaast worden de stootjukken in een opvallende kleur geschilderd.

  • Verdere ontwikkeling van de calamiteitenorganisatie in tunnels (procedures, opleiding), verbetering van voorzieningen in tunnels.

  • Betere risicobeheersing van obstakels op perrons en bij werkzaamheden op perrons.

  • Aanpassing van de perronhoogte in verschillende stations voor een makkelijkere en veiligere instap.

 

Calamiteitenoefening Drontermeertunnel

Calamiteitenoefening Drontermeertunnel

 

1 Spoorgebieden waarvan de treinpaden lokaal bepaald worden, zoals rangeerterreinen.
2 Volgens de Europese definitie. Er is sprake van een ontsporing als de schade meer is dan EUR 150.000 en/of er doden of zwaargewonden vallen.
3 Spoorgebieden waarvan de treinpaden lokaal worden bepaald, zoals rangeerterreinen.